Gevlucht dier

Inleiding

In Nederland kan het voorkomen dat huisdieren vanuit een ander land naar Nederland vluchten, met of zonder eigenaar. Bijvoorbeeld bij onrust en gevaar in hun eigen land zoals een natuurramp of oorlog.

Wanneer huisdieren blootgesteld worden aan nare of gevaarlijke situaties kunnen ze bang en/of angstig worden. Dit is erger wanneer de angstopwekkende prikkels langdurig aanwezig zijn. Voortdurende knallen of harde geluiden gedurende een langere periode, zoals onweer, het geluid van hoge wind, knallen vanuit oorlogsgebieden enz. kunnen deze angst vergroten.

Daarnaast heeft het dier te maken met een gestreste eigenaar of, nog erger, is gescheiden geraakt van zijn eigenaar en wellicht tijdelijk opgevangen in zijn eigen land of in het land waar het dier naartoe gebracht is.

Het dier wordt dan blootgesteld aan nieuwe mensen, een nieuwe omgeving enz. Indien het dier uit een land komt waar rabiës voorkomt, moet het dier (in Nederland) zo snel mogelijk getiterd en/of ingeënt worden door een dierenarts, tenzij er een geldig paspoort en chipnummer van het dier aanwezig is. Lees bij alle dieren de chip af, ongeacht land van herkomst. Dat kan heel spannend voor het dier zijn, aangezien hij waarschijnlijk al veel meegemaakt heeft. Dit kan tot stress leiden bij  1) het dier zelf, 2) bij de eigenaar of verzorger van het dier en 3) ook bij de dierenarts en zijn of haar personeel.

Omtrent het vluchten van dieren met of zonder eigenaar naar Nederland, in het kader van het bevorderen van het dierenwelzijn en haar maatschappelijke plicht, heeft IVC Evidensia Nederland adviezen gemaakt voor zowel 1) dierenartsen en diergeneeskundig personeel en 2) voor de eigenaren, gastgezinsleden of verzorgers van die dieren. Deze adviezen zijn gemaakt of aanbevolen door Hoofd Gedrag en Welzijn IVC Evidensia Nederland, Valerie Jonckheer-Sheehy (EBVS European Veterinary Specialist in Behavioural Medicine, dipl. ECAWBM (BM) en dipl. ECAWBM (AWSEL). In het kader van het goed dierenwelzijn, zijn deze adviezen openbaar en gratis te bekijken/bestuderen, ook voor dierenartsen en cliënten buiten IVC Evidensia Nederland haar eigen groep/netwerk.

1. Adviezen voor dierenartsen en diergeneeskundig personeel omtrent gevluchte dieren

Wanneer je een gevlucht dier in de praktijk verwacht, bereid je jezelf en het team goed voor. Neem geen onnodige risico’s als de rabiësstatus van het dier onbekend is. Ga ervanuit dat het dier gestrest of bang zal zijn. Een gestrest en/of bang dier kan bijten. Voor uitgebreide informatie voor diergeneeskundig personeel over het voorkomen van stress bij dieren in de dierenartspraktijk, lees de richtlijn van de IVC Evidensia Nederland vakgroep Gedrag en Welzijn Richtlijn voor dierenartsen: Diervriendelijker werken in de dierenartspraktijk. Dit bevat een algemeen advies en is niet specifiek voor dieren die mogelijk drager zijn van het rabiësvirus. Bij die dieren is het van uiterst belang om het contact tussen zowel mens en dier als tussen die dieren en andere (aanwezige) dieren zo veel mogelijk te voorkomen. Laat ze dus niet in de wachtkamer wachten. Zorg dat ze gelijk naar de polikamer kunnen en dat de dierenarts klaarstaat. Zorg dat het dier zo min mogelijk wordt aangeraakt indien de rabiësstatus van het dier onbekend is. De dierenarts dient handschoenen te dragen. Indien meer personeel nodig is, bijv. een paraveterinair om het dier af te leiden met lekkers, zorg dat hij/zij ook handschoenen draagt.

Kijk hier voor een informatief filmpje over welzijnsvriendelijk vaccineren bij de hond.
Kijk hier voor een informatief filmpje over welzijnsvriendelijke bloedafname bij de hond.
Kijk hier voor een informatief fimpje over welzijnsvriendelijke bloedafname bij de kat.

Ben je dierenarts en verdenk je een hond of kat van rabiës, neem dan onmiddellijk contact op met de NVWA.

Probeer het dier gerust te stellen. Geef het dier de tijd. Praat eerst met de eigenaar en/of verzorger voordat je overweegt het dier op tafel te zetten. Zet het dier alleen op tafel als het moet. Gebruik geen verbale of fysieke straf. Dat wil zeggen o.a. spreek niet streng tegen het dier en geef hem geen tikje. Indien een hond naar je gromt of een kat naar je blaast, neem het dier of zijn eigenaar/verzorger het niet kwalijk. Het dier doet dat om zich te verdedigen. Het dier snapt niet dat jij hem/haar alleen wilt helpen.

Beloningen

Geef overheerlijk eten aan het dier. Als een dier kan eten, is het meestal wel een stuk minder bang. Wil het dier niet eten, geef hem dan eerst een commando zoals “zit” (vraag aan de eigenaar/verzorger hoe je dat uitspreekt in de taal van het dier). Dieren werken graag voor voer en zijn vaak gewend om een snoepje aan te nemen als zij een opdracht uitvoeren. Wil het dier niet op verbaal commando zitten of de beloning aannemen, vraag de eigenaar/verzorger het voor je te doen. Vaak, als het dier eenmaal gegeten heeft, komt het tot rust en wil het vervolgens wel voor jou zitten/beloningen aannemen enz.

Muilkorf

Indien jij denkt dat een hond je zal bijten, doe hem dan een muilkorf om. Liever een muilkorf dan een snuitje. Met een goede muilkorf kan een hond niet bijten. Voor informatie daarover kijk naar het informatieblad over muilkorftraining. Kijk hier naar onze video. Lukt dat niet op tijd, doe dan de muilkorf gewoon om of laat de eigenaar dat doen indien de eigenaar van mening is dat zij dat kunnen doen zonder gebeten te worden. Indien je een muilkorf gaat gebruiken, smeer het eerst in met wat lekkers zoals smeerkaas or smeerworst of kongvuller.

Indien je een muilkorf moet gebruiken, heb je te maken met een zeer gestreste hond. Voordat je die hulpmiddelen gaat gebruiken, stuur je de eigenaar naar een aparte kamer met de hond en geef de hond het kortwerkende angstremmende medicijn diazepam (zie hieronder orale sedatie) in een heel klein beetje (5ml max) vloeibaar eten zoals bijvoorbeeld Kong Easy Treat of hypoallergeen blikvoer (vloeibaar gemaakt met water). Dit is voor het geval dat er aanvullend alsnog intramusculaire sedatie gegeven moet worden. Na de orale toediening van diazepam, wacht je minimaal twee uur voor je probeert bloed af te nemen of het dier in te enten.

Aanvullende tips bij de inenting

Zorg dat de injectievloeistof op kamertemperatuur is.

  • Altijd een nieuw naaldje gebruiken (vervang het naaldje na het opzuigen van de injectievloeistof).
  • Gebruik het kleinst mogelijke naaldje voor het toedienen van de injectie.
  • Leid het dier af met iets lekkers.
  • Katten: Masseer de kat tussen zijn oren of krab hem achter zijn oren als hij dat lekker vindt.

Orale sedatie

Er zijn momenteel geen diergeneesmiddelen geregistreerd en op de markt in Nederland voor orale toediening voor de behandeling van angst in de dierenartspraktijk behalve diazepam. Veterinaire diazepam tabletten worden verkocht onder de merknaam Multipam® en diazepam tabletten van Kela® geregistreerd voor eenmalig gebruik bij honden en katten voor de indicatie angst, opwinding, onhandelbaarheid en kramptoestanden. De dosering van diazepam voor de hond is eenmalig 0,5-2,0 mg diazepam per kg lichaamsgewicht per os. De dosering voor de kat is eenmalig 1,0-2,0 mg kg lichaamsgewicht per os. Let op: veterinair geregistreerde diazepam zijn UDD en kan uitsluitend ter behandeling van een dier door de dierenarts toegediend worden.

Intramusculaire sedatie

Indien je vermoedt dat de diazepam onvoldoende zal werken of je hebt het uitgeprobeerd en het helpt het dier onvoldoende dan stap je over naar intramusculaire sedatie. In dat geval volg je de adviezen van de IVC Evidensia Nederland vakgroep anesthesiologie “richtlijn anesthesie gezonde hond en kat”. Hieronder volgt het advies (verspreid en aangepast hieronder met toestemming van de vakgroep voorzitter Dhr. dr. Hugo van Oostrom) voor gezonde honden en katten.

Bij een onrustige of angstige hond verdient het de voorkeur om premedicatie rustig intramusculair toe te dienen i.p.v. intraveneus (via een branuule). Bij katten verdient een intramusculaire toediening altijd de voorkeur. Dit kan bij voorkeur in de rugstrekkers.

Voor intramusculaire premedicatie de dosering (bij een niet pijnlijke ingreep zoals een inenting of bloedafname):

  • Dexmedetomidine (bijv. sedadex) 5 microgram/kg (LG patiënt x 5 / 500 = aantal ml), óf
  • Medetomidine (bijv. sedastart) 10 microgram/kg (LG patiënt x 10 / 1000 = aantal ml)

In combinatie met:

  • Butorphanol (bijv. butomidor) 0.3 mg/kg (LG patiënt x 0.3 / 10 = aantal ml).

Voor optimaal effect het dier zeker 10 minuten in een rustige omgeving plaatsen.

Bij erg onrustige of angstige dieren intramusculair toedienen (bij een niet pijnlijke ingreep zoals een inenting of bloedafname):

  • Dexmedetomidine (bijv. sedadex) 5 microgram/kg (LG patiënt x 5 / 500 = aantal ml), óf
  • Medetomidine (bijv. sedastart) 10 microgram/kg (LG patiënt x 10 / 1000 = aantal ml).

In combinatie met:

  • Ketamine (bijv. anesketin) 1.5 mg/kg (LG patiënt x 1.5 / 100 = aantal ml)
  • Midazolam 0.2 mg/kg (LG patiënt x 0.2 / 5 = aantal ml)
  • Butorphanol (bijv. butomidor) 0.3 mg/kg (LG patiënt x 0.3 / 10 = aantal ml)

Slecht benaderbare dieren kunnen in de regel toch rustig geprikt worden met behulp van een dunne infuusverlenglijn.

Heeft het dier gedragsproblemen? Kijk dan naar de adviezen van de IVC Evidensia Nederland vakgroep Gedrag en Welzijn over gedragstherapie en training bij dieren.

Voor meer informatie voor dierenartsen over de Oekraïnse situatie, zie het artikel “Belangrijke informatie voor dierenartsen over huisdieren uit Oekraïne” van de KNMvD 

2. Adviezen voor eigenaren, gastgezinsleden of verzorgers van gevluchte dieren

Indien je een hond of kat in huis krijgt die uit een rampgebied komt, met of zonder eigenaar, probeer in eerst instantie het dier volledig met rust te laten. Probeer het dier niet te aaien, op te tillen enz. Indien het dier eventueel zelf contact met je zoekt bijv. een kat komt kopjes geven of een hond legt zijn kin op je schoot, dan zou je kunnen overwegen om het dier te aaien.

Zorg voor een veilige plek voor het dier waar het dier beschikt over voedsel en water en eventueel een kattenbak. Kom zeker niet aan het dier indien de rabiësstatus onbekend is.

Het kan helpen om de olfactorische omgeving van het dier te verbeteren. Voor honden gebruik een kamer waar een Adaptil verdamper van CEVA al minimaal een dag in de stopcontact zit en bij katten gebruik een Optimum verdamper van CEVA.

Honden kunnen apart gehouden worden door ze te leren liggen achter een traphek of in een bench. Het is belangrijk om dat leuk/fijn te maken voor de hond en hem leren daar op commando gaan. Hoe doe je dat? Zie ons Informatieblad: Begrenzen van honden op een diervriendelijke manier.

Houd katten minimaal 6 weken binnen voor er overwogen gewordt om ze toegang te geven naar buiten (indien ze oorspronkelijk buiten katten waren). Houd honden aangelijnd en laat ze alleen los in losloopgebieden wanneer je zeker weet dat de hond geen rabiës heeft en dat je ook weet dat de hond sociaal is voor zowel honden en anderen dieren, als mensen.

Wees nooit boos op het dier en straf het niet.

Indien het dier medische of gedragsgerelateerde problemen heeft, raadpleeg een dierenarts.

Valerie Jonckheer-Sheehy 2022, Evidensia Dierenziekenhuis Nieuwegein
Document oorspronkelijk opgesteld op 08-03-2022.
Laatste update: 06-04-2022

Vrijwaringsbeding
De bovenstaande informatie is gezien de omstandigheden zo snel mogelijk beschikbaar gesteld. Het kan aangepast worden.
De gegevens in dit document zijn met zorg opgeschreven, echter de auteur(s) neemt/nemen geen verantwoordelijkheid voor onjuistheden. Hier aan kunnen dan ook geen rechten worden ontleend. De aanbevelingen/informatie zijn van algemene aard. Het is mogelijk dat deze aanbevelingen in een individueel geval niet van toepassing zijn. M.b.t. dieren kan het daarom in het belang van het individuele dier wenselijk zijn om van het advies af te wijken.

Dit document mag niet worden gewijzigd of veranderd op wat voor manier dan ook.

Instructies

Terug naar Veterinaire Gedragsgeneeskunde